In de laatste fase van een leven spelen er vaak grote levensvragen. Zeker voor mensen met dementie, die merken dat ze zichzelf kwijtraken, is dat soms letterlijk doodeng. De psycholoog begeleidt hen in dat zware proces. Een voorrecht, vindt Frederik.
In Buitenhaeghe is het ziektebeeld van de bewoners breed en de gevolgen ervan ook: angst, depressie en psychiatrische aandoeningen. Het is een loeizware doelgroep, aldus Frederik. ‘Zeker als er een verslavingsverleden speelt, zijn mensen soms alles kwijtgeraakt, hebben ze veel meegemaakt en hebben ze weinig hulp gekregen. Als ze dan uiteindelijk in Buitenhaeghe terechtkomen is er veel aan de hand. Het gaat er mij bij de behandeling om dat ik de hele persoon wil leren kennen met alle gevoelens die hij of zij ervaart. Ik probeer dus te ontdekken wat achter bepaald gedrag zit om het daarover te kunnen hebben samen. Dat iets van de ware persoonlijkheid naar voren kan komen.’
Je ziet iemand opbloeien
Een voorbeeld van hoe zoiets in de praktijk in Buitenhaeghe gaat: Frederik zit met het zorgteam te vergaderen als er een dementerende bewoner de vergaderkamer binnenkomt, op zoek naar een horloge. ‘De verleiding is dan om dat horloge zo snel mogelijk boven water te krijgen, maar deze meneer was al langere tijd somber. Daarom ging ik vragen stellen over het horloge, hoe het eruitzag. Hij vertelde dat hij het van zijn overleden vrouw had gekregen, het was dus een dierbaar sieraad. Hij miste haar enorm en hij wist niet waar ze was. Daar gaan we dan in zijn kamer over doorpraten. En dan zie je iemand opbloeien uit zijn somberte, gewoon door het delen van die gevoelens. Zo’n diepgaander contact vind ik heel mooi.’
Omgaan met onbegrijpelijk gedrag
In zijn werk wil Frederik op een concrete manier mensen helpen in het omgaan met levensvragen. Dat doet hij door gesprekken met bewoners te voeren, maar ook door zijn kennis over ziektebeelden en wat dit met mensen doet te delen met collega’s. Zodat zij op hun beurt goed om kunnen gaan met gedrag dat soms onbegrijpelijk is en vaak ook niet fijn. Het werken in een multidisciplinair team geeft hem veel werkplezier. ‘Het is wel vaak een kippenhok hoor, maar heel verrijkend. Met mijn collega-psycholoog en de gedragswetenschapper vorm ik een ‘gedragsteam’ waarin we casuïstiek bespreken. Daarnaast doe ik ook ‘gedragsvisites’ samen met de regieverpleegkundige of persoonlijk begeleider. Dat gaat dan om bewoners waar op dat moment iets mee aan de hand is. Leuke taak is ook het geven van klinische les. Ik behandel een specifieke diagnose zoals borderline-problematiek, koppel dat aan een casus zodat het begrijpelijk wordt en geef adviezen die meteen toepasbaar zijn. Natuurlijk is er ook administratie, niet mijn grootste hobby, maar benaderingsplannen en indicatieonderbouwingen schrijven hoort er gewoon bij. Mijn werkweken zijn heel afwisselend en ik heb voor een groot deel zelf de regie.’
Uitdaging voor de toekomst
Werken in Buitenhaeghe kan ook zwaar zijn, zegt Frederik, want je komt hier veel verdriet en rouw tegen. Het is het laatste stukje van een leven. Dat vond ik zelf in het begin moeilijk. Ik herinner me een bewoner die steeds meer open bloeide en toen ineens overleed. Gelukkig kon ik dat goed delen met mijn collega’s, dat hielp. Maar het overlijden van een bewoner doet iets met me, ik ervaar het zeker niet als iets wat ‘nu eenmaal gebeurt in dit werk’.
De andere kant is dat het laatste stuk van een leven vakinhoudelijk heel interessant is. ‘In de opleiding is er naar mijn mening nauwelijks aandacht voor gerontologie, we gaan voornamelijk medisch en therapeutisch om met bijvoorbeeld dementie. Maar het zuiver psychologische ervan – emoties, stemmingen, aangetast taalvermogen – hoe je dat professioneel en succesvol behandelt… Ja, dat vind ik enorm uitdagend!’