Truus werkt al zó lang bij verpleeghuis De Linde dat ze ermee is verweven. Ze is 47 jaar, getrouwd en heeft drie prachtige dochters. Eén van haar dochters, ook werkzaam bij het Leger des Heils, is onlangs zelf moeder geworden. Dat maakt Truus een zéér trotse oma.
Het begin
Truus vertelt: “Ik ben hier vijfentwintig jaar geleden komen werken. Ik was zelf net moeder geworden en ze zochten bij De Linde iemand voor de verpleegdienst, voor een paar uurtjes. Ik kreeg een contract van zes uur en dat was goed te combineren met mijn thuissituatie. Ik vond het werk zó leuk dat ik al snel opschaalde naar een contract van twaalf uur.
Het was een tijd waarin de doelgroep langzaam veranderde van bejaarde deelnemers naar deelnemers met verpleeghuiszorg. Ik weet nog dat we die verandering allemaal heel spannend vonden. We waren een rustig bejaardentehuis, en ineens kwamen daar deelnemers bij met psychische problemen, verslavingen – sommigen zelfs nog in gebruik. Het was altijd ons doel geweest om mensen te verzorgen en te zorgen dat ze er fris en schoon bij zaten. Deze nieuwe doelgroep was een stuk minder verzorgd, kan ik je zeggen! We waren dat allemaal niet gewend.’ De leidinggevenden van die tijd zagen ook dat dit voor veel medewerkers niet makkelijk was. Er werden gesprekken gevoerd en een aantal medewerkers besloot een andere werkplek te zoeken. Truus bleef. Maar voor zo’n nieuwe doelgroep is ook andere kennis nodig.
Truus: ‘Ons kennisniveau moest omhoog, en daarom moesten we weer de schoolbanken in. Eerst een EVV-opleiding, en daarna heb ik nog een opleiding tot verpleegkundige behaald en drie jaar geleden de opleiding tot verpleegkundig kwaliteitscoach. Het was voor de afdeling niet genoeg, want kort daarna kwam de inspectie – en dat was geen makkelijke periode. Alles kwam onder een vergrootglas te liggen. Maar ik heb een zorghart, en het werken met onze deelnemers wilde ik niet loslaten.’
Onze deelnemers
‘Onze doelgroep is zeer divers te noemen. Dit zijn allemaal mensen met multiproblematiek. Er zijn nog steeds ouderen – de oudste bewoner is 90+ – maar we hebben ook bewoners tussen de 30 en 40 jaar. Een deel van deze mensen heeft in het verleden op straat geleefd. Ik vind het mooi dat we ze hier een plek kunnen bieden waar ze zich thuis mogen voelen en waar ze zichzelf mogen zijn.
Door alles wat deze mensen hebben meegemaakt, zijn hun persoonlijkheden complex en vaak beschadigd. Dat vraagt van ons als medewerkers een goede afstemming en benadering. Ik kan een kamer van een bewoner binnenlopen en heel rustig en liefdevol iemand benaderen, maar als ik de kamer daarnaast binnenloop, moet ik juist weer heel bepalend en directief zijn. Iedereen is uniek, en dat maakt dat wij een groot inlevingsvermogen moeten hebben – naar de deelnemer, maar ook naar zijn of haar gemoedstoestand.
We hebben een bewoonster die jarenlang op straat heeft geleefd en gewend was om al haar bezittingen in tasjes mee te nemen. Toen zij bij ons kwam wonen, wilde ze absoluut niets van lichamelijke verzorging weten. Na een aantal jaar konden we haar handen wassen. Weer een aantal jaar later konden we haar haren kammen, en inmiddels gaat ze zelfs onder de douche. Kleine stapjes met een hele lange adem, maar dan zie je wel vooruitgang. Eigenlijk een beetje zoals Jezus met ons allemaal omgaat. Geduldig, en we mogen altijd weer opnieuw beginnen. We blijven hopen op groei, want haar spullen zitten na ál die jaren nog steeds in tassen…’
Kwaliteitsverpleegkundige
Vijfentwintig jaar op één afdeling, hoe doe je dat? Die vraag krijgt Truus regelmatig. “Het blijft een geweldig mooie doelgroep, en mijn werk is door de jaren heen zo veranderd dat ik nog genoeg uitdaging heb. Ik ben nu kwaliteitsverpleegkundige. Dat betekent dat ik een coördinerende rol heb op het gebied van de zorg. Ik zorg eigenlijk dat alles geregeld is voor de verzorgende collega’s. Is de medicijnkast op orde? Hoe zit het met het voorraadbeheer? Al deze praktische taken komen bij mij terecht. Maar ook dingen zoals coaching van collega’s, beleidsvragen en overstijgende zorgvragen.
Het laatste jaar heb ik mij onder andere beziggehouden met het verandertraject: een groot beleidsplan dat invloed heeft op de toekomst van de verzorging van deelnemers. Er zijn zóveel regeltjes, lijstjes, verplichtingen en wetgeving waar het werk aan moet voldoen – dat maakt het werk echt niet makkelijker. Ik wil graag helpen om het werk zo efficiënt en behapbaar mogelijk te maken voor mijn collega’s. Daarbij is het voor mij heel belangrijk dat ik feeling blijf houden met de bewoners en het werk. Daarom zorg ik dat ik nog regelmatig meehelp in de dagelijkse verzorging. Op deze manier blijf ik betrokken en besef ik mij steeds weer waar ik dit werk voor doe. Ik zou dit niet kunnen missen.”