Als je in een verpleeghuis werkt komt het regelmatig voor dat bewoners overlijden. Dat is geen kwestie van ‘vervelend, maar het gebeurt nu eenmaal, doei’, weet Rianne. Vorig jaar overleed Amadou onverwacht, terwijl ze hem vasthield.
‘Hij stond gewoon een bakje garnalen te eten hier in de steeg’, weet ze nog. ‘Ik zag wat speeksel lopen, dus ik liep weg om een papieren zakdoekje te pakken. Toen ik terugkwam viel me op dat hij lijkbleek was. Hij probeerde iets te zeggen, zakte door zijn benen en ik voelde meteen dat het mis was. Ik kon nog net voorkomen dat zijn hoofd tegen de muur knalde. Even later lag hij dood op de grond.’ Cliënten hebben een speciaal plekje in Riannes hart. Ze worden door de maatschappij meestal met de nek aangekeken, maar als verpleegkundige ziet zij ook hun lieve kanten. ‘Zo was ook met Amadou.’
Big smile
Amadou had een verleden als kind soldaat, was verslaafd aan alcohol en kon als gevolg van een hersenbloeding niet meer praten. Rianne: ‘Misschien vond ik hem daarom wel speciaal. Het was een uitdaging om te ontdekken wat hij bedoelde als hij iets probeerde te zeggen. Als me dat lukte kwam er altijd een big smile op zijn gezicht, dat was heel mooi om te zien. Hij was ook heel beleefd. Als ik hem tegenkwam op de gang, liet hij me altijd met een heel hoffelijk gebaar voorgaan. Hij liet zo merken dat ik voor hem niet gewoon de “zoveelste verpleegkundige” was.’
In bed kwamen de gedachten
Zijn overlijden kwam dan ook hard aan, hoewel ze niet meteen doorhad hoe hard. Rianne maakte die dag gewoon haar dienst af, want ze had twee uitzendkrachten om te begeleiden en de bezetting was door de zomervakantie dun. Lief waren alle appjes van collega’s en ook dat de collega van de dagdienst terugkwam, omdat ze wist dat Rianne nog niet zo lang in De Blinkert werkte. Zelf zat ze nog vol adrenaline waardoor ze niet wist wat ze moest denken. Pas ‘s nachts in bed kwamen de gedachten over wat er nu eigenlijk gebeurd was. Hoe Amadou het ene moment nog garnalen zat te eten en de andere dood op de grond lag. ‘De volgende dag kon ik alleen maar janken, en moest ik iets te doen hebben om er niet de hele tijd aan te denken.’
Gedenktuin
In De Blinkert krijgt elk overlijden aandacht. Er wordt een lichtjesmoment georganiseerd op de afdeling, zodat bewoners en medewerkers herinneringen kunnen ophalen en kunnen luisteren naar de favoriete muziek van de overledene. Er wordt een gedenkhoekje bij de kamer ingericht. Bij de uitgeleide is de majoor van het Leger des Heils aanwezig die woorden van zingeving spreekt. Op de kist ligt dan een doek die speciaal hiervoor gemaakt is, rood met geborduurde vlinders. Twee keer per jaar worden de overleden bewoners herdacht tijdens een ceremonie in de gedenktuin. Dan wordt van elke bewoner een gedenksteen geplaatst met hun naam erop. Zo wordt ook Amadou niet vergeten.
Toch een trauma
Ondanks de heftige emoties ging Rianne gewoon weer aan het werk. ‘Ik had gelezen dat dit het beste was om te doen omdat ik er anders alleen maar meer tegenop zou gaan zien. En door de zorg van collega’s voelde ik me ook sterk genoeg. Als iets toch niet lukte/ging, kon ik dit aangeven, en werd er gekeken naar een oplossing.’ Ze kreeg de eerste weken begeleiding door een collega van het Bijzonder Opvang Team (BOT) en ook dat hielp. Maar toen Rianne na een aantal weken nog steeds de halve nacht wakker lag, trok ze bij haar leidinggevende aan de bel. De psychotherapeut constateerde PTSS waarvoor ze werd behandeld met EMDR. ‘Dat hielp, maar het meeste hielp het schrijven van een brief aan Amadou. Over hoe hij me had laten schrikken door zo onverwacht te sterven. Dat hij een speciaal plekje in mijn hart heeft, ondanks dat ik hem vaak niet kon verstaan. Dat ik er voor hem wilde zijn, ook al kon ik hem ook weleens achter het behang plakken. En dat ik hoopte dat hij dat allemaal had gevoeld. Daarna was het alsof het letterlijk van me afviel.’
Geen lopendebandwerk
Sindsdien heeft Rianne meer overlijdens meegemaakt. ‘Vaak zag ik die wel aankomen en dat maakt het beter te doen. Dan heb je in je hoofd al eerder “afscheid” genomen omdat je bij elke dienst denkt: dit kan de laatste keer zijn. Maar als je iemand lang hebt verpleegd, mis je die persoon echt. Je gaat toch een soort van houden van bewoners met wie je dagelijks optrekt en zo had ik dat ook met Amadou. Als collega’s houden we bij elk overlijden elkaar goed in de gaten, checken we of het goed gaat. Want ook al zie je het aankomen, een overlijden kan toch rauw op je dak vallen. Het is geen lopendebandwerk.’